Van tussenjaar naar een nieuwe lens: het PAO-verhaal van Abel

Wat als je Participatief Actieonderzoek niet loslaat op een wijk of een organisatie, maar op jezelf? Abel Noppers (25) deed precies dat. Hij interviewde zijn verschillende ‘ikken’ – zijn werk-ik, zijn persoonlijke ik, zijn sociale ik en zijn ADHD-ik – en kreeg zo een verrassend helder beeld van wat er onder de oppervlakte met elkaar samenhing.

Daarmee kwam hij tot een conclusie waar nog bijna niemand aan gedacht had: PAO is niet alleen krachtig voor het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken, maar óók een manier om je eigen, persoonlijke uitdagingen beter te begrijpen én aan te pakken.

Hoe kwam Abel op dit idee? En wat bracht PAO hem verder? Dat lees je in deze blog.

Een tip van dichtbij

Abels kennismaking met PAO begon dicht bij huis. “Mijn moeder is Participatief Actieonderzoeker. Zij zei: misschien is dat wel wat voor jou.” Abel deed in die periode allerlei tussenbaantjes, maar vroeg zich af of hij daar echt blij van werd. “Toen dacht ik: het is misschien goed om een keer wat anders te proberen.” Zo besloot hij in een tussenjaar het PAR Practitioners Programma (PPP) te doen.

Van tevoren wist hij er eigenlijk weinig van. “Toen mijn moeder het had getipt, heb ik het handboek van Madelon gelezen. Ik dacht: dit is interessant! En ik vond het vooral heel logisch.”

Wat het PPP hem bracht

Het programma beviel goed. “Interessant, veel leuke mensen ontmoet, en verduidelijking gekregen.” Wat hem het meest verraste, was de breedte van PAO. “Er zijn zoveel dimensies waarin je dit kan toepassen. Je kwam allemaal mensen tegen die het op verschillende plekken deden. Dat was verrassend.”

Zelf heeft Abel geen specifiek vakgebied waar hij zich op wil richten, juist die veelzijdigheid trekt hem aan. Sterker nog, hij denkt dat het soms prettiger is om níet te veel van een sector te weten: “het helpt als onderzoeker om niks te weten over een sector want dan kun je de informatie en perspectieven zo objectief mogelijk bekijken”.

Wat het PPP hem vooral bracht, was een manier van kijken. “Je ontwikkelt een bepaalde mindset die structuur geeft aan de complexiteit van het werk. Het gaf mij een lens waar ik doorheen kon kijken, en een taal die ik eraan kon geven.” En het leverde ook werk op: sindsdien is Abel aan de slag gegaan als kwartiermaker en onderzoeker, waar PAO altijd in verweven zit. Wat hem daarin blijft boeien? “De verhalen die je ontcijfert en ontmaskert door een PAO. Dat blijft me interesseren.”

Een PAO op jezelf toepassen, kan dat?!

Iets bijzonders wat Abel met PAO deed, was het op zichzelf toepassen. “Een tool is een groot woord,” relativeert hij meteen. Maar het idee is verrassend gaaf. Hij deed mee aan een traineeship en moest aan het eind van het jaar reflecteren op het hele jaar. “Toen dacht ik: het is leuk om PAO daarin te introduceren.”

Dus deed hij een PAO over zijn eigen jaar, waarbij hij zichzelf – of beter gezegd, zijn verschillende ‘ikken’ – interviewde. “Je hebt bijvoorbeeld je werk-ik, maar ook je persoonlijke ik, en je sociale ik met vrienden. En ik heb bijvoorbeeld ook mijn ADHD-ik gevraagd: hoe was het voor jou, wat waren de dingen die tegenzaten?”

Het werkte beter dan verwacht. “Het was grappig, omdat je al die perspectieven van je zelf wat meer aandacht geeft en kan zien wat met elkaar in verband zit. Er kwam een mooi verhaal uit.” En PAO gaat verder dan het inzicht krijgen in verschillende perspectieven. Er komen visualisaties bij kijken, brainstormen en het uitvoeren van oplossingen. “Hetgene dat mij het meest hielp was de visualisatie die ik maakte, die gebruik ik vaak nog om terug te keren naar wat belangrijk voor mij is. Het beeld van voor de rivier zorgen in plaats van zorgen voor de vallei er omheen. Want als je zorgt voor de rivier dan komt de vallei vanzelf. Dus zorg voor jezelf en dan komt het werk, de hobby’s, de goede vriendschappen vanzelf. Dat metafoor vind ik nog steeds erg mooi bij stil te staan.” Abel bekeek de oplossingsrichtingen en paste die op zichzelf toe, en mét resultaat! Hij presenteerde het als pitch voor PAO aan de andere trainees.

Van zelf-interview naar dagboek

Toen Abel er later opnieuw over nadacht, vroeg hij zich af hoe hij het nu zou aanpakken. Inmiddels houdt hij een dagboek bij. “Aan het eind van de dag schrijf ik iets op, zodat je leeg naar bed gaat. Toen ik alles teruglas, dacht ik: daar kun je ook heel veel informatie voor zo’n PAO uithalen.”

Abel blijft deze PAO-tool voor zichzelf gebruiken. “Maar dan met het dagboek erbij, dus de ikken en het dagboek.” Abel ziet ook wat het kan betekenen voor anderen ‘met meerdere ikken’: “het is wellicht interessant om te kijken of je anderen hiermee kan helpen, want het heeft mij erg geholpen. Dus wie weet is dat interessant om te onderzoeken!”

Benieuwd wat het PAR Practitioners Programma (PPP) jou kan brengen? Of je nu een duidelijke richting hebt of juist nog aan het verkennen bent — neem gerust contact met ons op.