Het potje, de luier en de illusie van controle

Mijn zoon kan al een tijdje op het potje. Hij is net twee jaar geworden. Hij vindt het fantastisch en we gieren wat af tijdens zijn ‘pipi & popo’! Toch krijg ik regelmatig reacties dat dit raar is (“veel te vroeg!”), en dat ik hem gewoon in zijn luier zijn ding moet laten doen. Vooral toen ik ermee begon toen hij 1 jaar en 3 maanden was — toen hij nog weleens een ongelukje had. Alsof ik te veel van hem vraag. Alsof hij dat nog niet kán.

Ik gun mijn zoon de waardigheid van de pipi en popo op het potje, dus ja: dat was een van de redenen dat ik er bewust voor gekozen heb hem dat al vroeg aan te bieden. Hij maakt er dankbaar en trots gebruik van. Gevolg: een blij kind, een droge broek en een moeder die niet kokhalst bij het wegschrobben van aangekoekte poep op de billen. En dan heb ik het nog niet eens over de kosten- en afvalbesparing.

Het doet me steeds weer denken aan de manier waarop we — vanuit organisaties zoals gemeentes, welzijnsorganisaties en NGO’s — vaak met mensen omgaan. De volwassen versie, zeg maar.

Er wordt nog zo vaak gedacht dat mensen niet zelf op het potje kunnen. Nee, wíj moeten hun luiers verschonen. “We moeten het vóór hen doen, niet met hen.” “We moeten hen niet eens laten weten dat het potje bestaat, want dan scheppen we valse verwachtingen.” “Wat als ze falen? Wat als ze in hun broek plassen?”

En ergens snap ik die reflex. Het is veiliger om de luier te laten zitten. Minder gedoe. Minder risico op ‘ongelukjes’. Minder kans dat iemand zegt: “Hé, maar ik kan dit zelf — mag ik meedoen?”

Maar precies daar, in dat spanningsveld tussen controle en vertrouwen, gebeurt iets interessants.

Want wat ik zie bij mijn zoon, is dit: hij leert niet omdat ik het perfect aanbied. Hij leert omdat hij mag proberen. Omdat hij mag ontdekken. Omdat een ‘ongelukje’ geen falen is. Omdat hij voelt: dit is van mij.

En is dat niet precies waar participatief actieonderzoek — PAO — over gaat?

Niet over het perfecte plan vooraf. Niet over het voorkomen van elk risico. Maar over samen onderzoeken. Samen proberen. Samen leren. Over het durven aanbieden van het potje, zonder de garantie dat het meteen goed gaat.

In veel organisaties zijn we nog geneigd om de kennis, de oplossing en zelfs de verandering zelf te ‘bezitten’. Alsof die organisaties de enigen zijn die weten waar het toilet is, hoe het werkt en wanneer het tijd is om te gaan. Terwijl de essentie van PAO juist is dat kennis ontstaat in de interactie. In het doen. In het soms nét mis mikken.

En ja, dat is rommeliger. Er zijn ongelukjes. Er is twijfel. En hier en daar wat geknoei.

Maar er is ook iets anders: eigenaarschap. Trots. Waardigheid.

Mijn zoon klimt na zijn pipi of popo op de wc om op ‘de grote knop’ te drukken, draait zich dan om, kijkt me aan met een blik die zegt: “Kijk eens wat ik kan”, en springt met een ‘hoeraaaaa!’ in mijn armen. En elke keer denk ik: ja, dit dus! Hij mocht het zelf ontdekken.

Laat dat nou de uitnodiging zijn die onder dit verhaal ligt.

Waar in jouw werk, jouw organisatie, jouw systeem… houden we nog krampachtig de luier vast? En wat zou er gebeuren als we — voorzichtig, speels, misschien een beetje onwennig — het potje gewoon eens neerzetten?

Zonder belofte van perfectie. Maar met vertrouwen in wat er kan ontstaan.

Ik ben benieuwd: waar zie jij het eerste kleine ‘potje-moment’ verschijnen?